Programma-evaluatie: Onderwijsprogramma groeit fors
Maar liefst 56.000 leerlingen ondersteunde Woord en Daad in 2007, in plaats van de beoogde 45.000. Een evaluatie is lovend over de uitvoering van het onderwijsprogramma.
Het programma voor onderwijs in ontwikkelingslanden is het grootste programma van Woord en Daad. Tussen 2004 en 2007 groeide dit programma veel sterker dan verwacht. In 2004 was de doelstelling nog om het aantal leerlingen te laten groeien van 30.400 naar 45.000 leerlingen. Na een evaluatie bleek Woord en Daad maar liefst 56.000 leerlingen te steunen.
In de periode 2004-2007 gaf Woord en Daad gemiddeld de helft van het beschikbare budget (22 miljoen euro in 2007) uit aan onderwijs. Een groot deel van dit geld was afkomstig uit het adoptieprogramma. Dit geld komt soms ten goede aan scholen van partnerorganisaties en soms aan studiebeurzen of buitenschools onderwijs.
Het onderzoek leverde zinvolle feedback op. De partners van Woord en Daad steken veel tijd en energie in het verzorgen van onderwijs. Toch was de kwaliteit van lesprogramma's, docenten en schoolmaterialen in een aantal gevallen onder de maat. Deels kwam dit doordat verschillende partnerorganisaties leerlingen steunen die overheidsscholen bezoeken. Deze partners hebben nauwelijks invloed op de beleidskeuzes van die scholen. Daarnaast hebben de partnerorganisaties te weinig geld en onvoldoende mensen in dienst om werk te maken van kwaliteitsverbetering.
Allerarmsten
In de praktijk bleek het lastig te zijn uitsluitend de allerarmsten te helpen. De criteria die we hiervoor hanteerden, zoals de hoogte van hun inkomen, bleken onvoldoende. Ook beter bedeelden konden het onderwijs volgen. Het rapport beveelt aan om strengere criteria te hanteren.
De partners moeten in hun onderwijs meer aandacht geven aan de persoonlijke ontwikkeling van het kind, luidt een andere conclusie. Bovendien zou het goed zijn om na te denken wat het onderwijs kan betekenen voor de lokale samenleving. En omgekeerd: hoe kan de lokale gemeenschap de school verder helpen?
Vaak zijn partnerorganisaties klein en hebben ze weinig capaciteit. Daarom adviseert het rapport regionale samenwerkingsverbanden te vormen. Ook zou Woord en Daad samenwerking moeten zoeken met (lokale) organisaties die gespecialiseerd zijn in kwaliteitsverbetering van onderwijs en onderwijsontwikkeling.
Lovend
Over de uitvoering van de projecten was de evaluatie lovend: de partners hielden zich doorgaans aan de afspraken en bleven binnen het budget. De selectieprocedure van de leerlingen moet echter transparanter. Hoewel er wel richtlijnen waren,vond de selectie nog te vaak plaats op een informele manier. Lokale leiders speelden hierbij vaak een doorslaggevende rol.
Het onderwijsprogramma van Woord en Daad bleek aantoonbaar invloed te hebben gehad op houding, motivatie en gedrag van de leerlingen. Zo bleken ze bijvoorbeeld meer zelfrespect te krijgen en waren ze meer dan voorheen zelfbewust, openhartig, initiatiefrijk, coöperatief, ondernemend en serieus.